- Spel van 52 kaarten
- Gelijk verdeeld
Doel: Raak als eerste al je kaarten kwijt.
Voorbereiding
- Wie schoppenaas heeft, of wie de tafel kiest, begint.
Zo speel je
- Speel in je beurt een of meer kaarten dicht en zeg wat het zijn (bv. ‘twee zevens’).
- De waarden gaan op volgorde omhoog: azen, tweeën, drieën…
- Je hoeft niet de waarheid te spreken.
- Roept iemand ‘Bluf!’, dan worden de kaarten omgedraaid.
- Een leugenaar pakt de hele stapel, en de uitdager ook als het klopte.
Telling
- Wie als eerste z’n hand leeg heeft, wint de ronde en krijgt 1 punt.
- Of: alle anderen schrijven het aantal kaarten dat ze nog hebben op als straf.
Winnen
Wie als eerste het afgesproken aantal rondes wint (bv. 5), wint; of na het afgesproken aantal rondes wint de laagste straf.