- Spel van 52 kaarten
- Vaak vijf kaarten elk
Doel: Raak als eerste al je kaarten kwijt.
Voorbereiding
- Iedereen krijgt evenveel kaarten.
- Er wordt een kaart omgedraaid en de rest vormt de pot.
Zo speel je
- Speel een kaart van dezelfde kleur of waarde als de bovenste kaart.
- Kun je dat niet, pak dan een kaart.
- Pestkaarten maken het spannend: met een 7 moet de volgende speler 3 kaarten pakken; komt er een 7 op een 7, dan schuift het pakken door, steeds 3 kaarten meer.
- Een boer mag overal op en verandert de kleur.
- Welke andere pestkaarten er zijn, verschilt per tafel.
Telling
- Als iemand uitgaat, schrijft iedereen de punten op die nog in z’n hand zitten, volgens de kaartwaarden van jullie tafel; gangbaar is aas 11, heer, vrouw en boer 10, cijferkaarten hun eigen waarde.
- Uitgaan met een boer verdubbelt de straffen.
Winnen
- Wie over de limiet gaat (bv. 101), ligt eruit, of je speelt een vast aantal rondes.
- Wie de minste strafpunten heeft, wint.
Let op
Kaartpunten en de betekenis van pestkaarten verschillen per tafel — spreek ze af voordat je begint.