- 9 of 18 holes
- Meestal max. 6 slagen
Doel: Speel elke hole uit in zo weinig mogelijk slagen.
Voorbereiding
- Iedereen heeft een putter en een bal in een eigen kleur.
- Spreek voor je begint het maximale aantal slagen per hole af (op de meeste banen 6).
Zo speel je
- Op elke hole slaat iedereen af vanaf de afslag.
- Wie het verst van de hole ligt, is daarna aan de beurt, of je speelt om de beurt.
- Je blijft slaan tot de bal erin ligt.
- Een bal die van de baan gaat, komt terug op de plek waar hij eraf ging, met één strafslag.
- De obstakels (bruggen, tunnels, hellingen) raken mag.
Telling
- Noteer je slagen voor elke hole.
- Een hole-in-one telt 1.
- Wie de limiet haalt zonder uit te holen, pakt de bal op en krijgt er één bij (7 bij een limiet van 6).
- Par is het verwachte aantal slagen voor een hole; onder par uitkomen is een goed resultaat.
Winnen
- Na de laatste hole winnen de minste slagen in totaal.
- Bij gelijkspel kijk je naar de laatste hole of tel je de holes-in-one.
Let op
- Sommige banen hanteren een limiet van 5 of 7; pas die aan bij het instellen.
- Met kinderen houdt een lagere limiet het spel vlot.
- Teams die ‘best ball’ spelen, kunnen per hole de beste score van het team noteren.